Foto: Peter Nieuwenhuijsen

Liauckamastate Niet toegankelijk voor publiek

Ten noorden van Sexbierum ligt het omgrachte terrein van de voormalige Liauckamastate of Liauckemastate.

Het huis

Deze oude state met een vermoedelijk dertiende eeuwse stins als kern, werd in 1824 afgebroken. Het gebouw is toen door timmerbaas Schaaf op tekeningen vereeuwigd.

Het voorname hoofdelingengeslacht Liauckama is vanaf de veertiende eeuw eigenaar van het complex, bestaande uit het huis, poort, stins en state. In 1498 en 1580 werd de state bestormd en deels in brand gestoken maar het gebouw werd hersteld. Vervolgens is de state verfraaid in verband met het huwelijk van Jel van Liauckama met de Vlaamse edelman Eraert van Pipenpoy in 1610. Van het bruiloftsmaal is een schilderij vervaardigd waarop het interieur van de zaal van Liauckamastate met de gedekte tafels te zien is. Dit is één van de tien schilderijen van de zogenaamde Pipenpoyse bruiloft, die in de grote zaal en het vertrek ernaast hingen.

De state rees uit het water op en had een ingewikkelde plattegrond waarin twee hoge haaks op elkaar staande vleugels en een toren met wenteltrap het meest opvielen. In het gebouw waren oude kelders en vele vertrekken waarvan de entree met wapenborden, de kapel en de zaal met een bijzondere schilderijencollectie het noemen waard zijn.

De huidige boerderij van Liauckemastate uit 1862 heeft een horeca-functie gehad, maar dit is nu ook verleden tijd. Wat de bezoeker nog wel kan, is om de oude gracht heen wandelen en daarna door het veld heen en weer naar de Latsmastate, een fraaie, monumentale boerderij uit het midden van de 19e eeuw.

De poort

De in 1604 verbouwde toegangspoort met wapensteen markeert nog steeds het terrein. Deze is opgetrokken van verschillende soorten steen. De al in 1479 genoemde poort is waarschijnlijk toen verhoogd met gele steen. In de beide topgevels zijn duivengaten aangebracht.

Liauckamastate was een der rijkste en ook kleurrijkste staten in Fryslân. Twee Liauckema's behoorden volgens Jacob van Lennep al tot de kruisvaarders onder Godfried van Bouillon, in 1097. Dat leverde hun de status van ridder op.

De state zelf wordt voor het eerst genoemd in de 14e eeuw. Het geslacht Van Liauckema bewoonde de state tot 1599, toen de slotvrouwe, Sjouck van Liauckema, de state naliet aan haar zoon, Tjalling van Camstra. Diens oom, Jarich van Liauckama, bestreed echter de rechtsgeldigheid van deze erfenis, zich beroepend op een testament van enkele generaties eerder. Na een proces van twintig jaar kreeg deze oom gelijk, en daarmee de state. Gezien zijn 'bezigheden buitenshuis' (als hoge officier in het Spaanse leger, in Groningen en in Zutphen) zal Sexbierum voor hem niet de handigste woonstee zijn geweest, maar Jarich leidde een lang leven (hij stierf in 1642 op 84-jarige leeftijd) en kan er van zijn oude dag hebben genoten. Zoons had hij echter niet en het geslacht Van Liauckama stierf in 1642 dan ook uit in de mannelijke lijn.

Zijn oudste dochter Jel trad in het huwelijk met de Vlaamse edelman Eraert van Pipenpoy. Hun dochter Sophia Anna blijft ondanks drie huwelijken kinderloos, waarna de state wordt geërfd door een neef, Alexander van der Laen, later door weer een neef, met dezelfde naam.

Doordat de state een paar keer vererft in de vrouwelijke lijn, verandert de naam van de eigenaar geregeld: Van Ewsum, Van Asbeck, Grotenhuis van Onstein. De state blijft dus in de familie, maar de eigenaren brengen er nauwelijks tijd door, omdat ze aan andere eigendommen de voorkeur geven. In 1824 wordt het kasteel, na ruim veertig jaar praktisch ongebruikt en niet onderhouden te zijn geweest, op afbraak verkocht door Ernst van Grotenhuis van Onstein, die ondanks zijn vele bezittingen werd gekweld door geldnood. (Onder meer had hij een forse schuld aan een wijnkoper.) Veel van het materiaal van de state werd hergebruikt: de weg naar Sexbierum werd ermee verhard...

Het terrein kwam in handen van de Harlinger grootgrondbezitter Jacob Wijbes Hanekuijk en in de loop der jaren verscheen er een boerderij (1862) achter de in stand gebleven poort. 

In het Prado te Madrid bevinden zich vier schilderijen van Adriaen van Cronenburg uit 1567, die in totaal zes jonge vrouwen afbeelden. In De Vrije Fries 104 (Jaarboek 2024) maakt Hans Zijlstra het geheel aannemelijk dat deze dames de derde echtgenote (Jel van Dekema) en vijf dochters zijn van Schelte van Liauckema (1521-1579), dus allen bewoonsters van de Liauckemastate. 


Afbeeldingen


Video