Foto: B.Bilker

Philippusfenne, Huis Andreae Beperkt toegankelijk voor publiek

19e-eeuws notarishuis met fraaie tuin (stinzenflora). Bezoek tuin op afspraak in maart en april. 

Het huis

Aan de noordkant van de Voorstraat te Kollum staat een voornaam pand dat als “notarishuis” bekend is. Het gebouw werd in 1847 gesticht door notaris Daniel Hermannus Andreae, die met Petronella Maria Eskes getrouwd was. Het perceel waar het huis verrees, was eigendom van de familie Eskes, evenals het raadhuis vóór 1895.

Andreae gaf architect Frederik Stoett sr. uit Leeuwarden opdracht voor de bouw van de gepleisterde villa. Tot 1881 hield hij er kantoor. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Arnoldus Johannes. In 1899 vestigde Dirk ter Haar zich er als notaris. Hij kocht het gebouw met wagenhuis, washuis en de achter gelegen tuin met kassen, bakken en een zomerhuis in 1903 van zijn schoonvader Petrus Adrianus Bergsma. Twee jaar later verkocht zijn weduwe het huis aan Feike Wassenbergh, eveneens notaris.

De ingangspartij met uitbouw aan de voorzijde in Jugendstil dateert van omstreeks 1905. De laatste notaris die het huis ook bewoonde, was Feikes zoon Marius Lodewijk, zelfs nog na zijn defungeren. Hij was een broer van Abraham Wassenbergh, die van 1936-1963 directeur van het Fries Museum was. Het huis wordt nu particulier bewoond.

De tuin

De prachtige tuin, die de naam Philippusfenne draagt, werd in 1847 door de bekende tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard in landschapsstijl aangelegd. Hij ontwierp vele tuinen voor de elite in Friesland. In de tuin, met een aanleg van kronkelende paden, een theehuis, twee bruggetjes en twee grote, gebeeldhouwde leeuwen, bloeit in het voorjaar de stinzenflora - bijzonder soortenrijk - uitbundig. In maart en april op afspraak te bezichtigen.

Tekst Rijksmonumentenregister (website RCE):

De buitenplaats beslaat een kavel van ruim 1 ha aan de oostzijde van de Voorstraat, de historische oost-west-as van Kollum waaraan van oudsher de behuizingen van de notabelen stonden. In deel I van de Kroniek van Teenstra (1859) staat Kollum beschreven als 'aanzienlijk vlek, met hooge naaldtoren, de hoofdplaats der grietenij met herenhuizen en buitenplaatsen zoals die van Van Limburg Stirum, Eskes en Andreae.' Het voorname huis, dat geen naam draagt maar in de loop van de 20ste eeuw naar de toenmalige bewoners bekend stond als Huize Wassenbergh, staat ten opzichte van de overige bebouwing ruim naar achteren gerooid. Ten behoeve van de aanleg van de buitenplaats is indertijd (1847) een viertal panden aan de Voorstraat gesloopt. Voor het huis ligt een aardig ingerichte tuin met monumentale kastanjes, die aan Voorstraatzijde is afgezet met een contemporain giet- en smeedijzeren hekwerk. Achter het huis ligt de parkachtige tuin in landschapsstijl. Huis en tuin dateren uit 1847 en zijn gebouwd respectievelijk aangelegd in opdracht van notaris Daniël Hermannus Andreae. Het ontwerp van het huis in eclectische stijl wordt toegeschreven aan F. Stoett sr., opzichter bij Rijkswaterstaat; dat van de tuin in landschapsstijl aan Lucas Pieters Roodbaard, 'architect van buitenplaatsen'. Het geheel vormt een karakteristieke combinatie van midden-19e-eeuwse bouwkunst en tuinaanleg. Bij de verkoop van het complex, in 1902, staat Voorstraat 87 te boek als 'de bekende buitenplaats van wijlen de heer D.H. Andreae te Kollum'. Het te verkopen goed omvatte onder meer een moestuin, een appelhof, een broeikas met broeibakken, een hoenderpark en twee priëlen - een achter in de tuin en een dichter bij het huis. Van deze beide resteert nog het houten exemplaar bij het huis - zij het in zeer slechte staat. HUIS. Tussen 1902 en 1905 heeft het huis een verbouwing ondergaan, waarbij enkele voor die tijd kenmerkende elementen op harmonische wijze zijn toegevoegd. Een en ander hield verband met de koop van de buitenplaats door notaris D. ter Haar in 1902. Na aankoop verkocht Ter Haar het noordelijke deel van de grond en liet het huis verbouwen. Het complex verkeert grotendeels in de staat van omstreeks 1905. Vanuit de huidige toestand zijn met behulp van enkele oude foto's en een schetsje van architect H.H. Kramer (in bezit van de eigenaar) de volgende wijzigingen uit 1902-1905 te herleiden. In het interieur werden de centrale entree met ontvangsthal en vide opgeofferd ten gunste van een serrekamer op de begane grond en een extra kamer op de verdieping. Ook de kluis in de klerkenkamer aan de westkant van het huis dateert hoogstwaarschijnlijk uit de periode Ter Haar. De paraboolvormige glazen serre van 'briques Falconnier' aan de voorzijde van het huis, ook periode Ter Haar, is omstreeks 1910 door notaris F. Wassenbergh vervangen door het huidige houten exemplaar. Andere wijzigingen zijn de vernieuwing van een aanbouw aan oostzijde en de verplaatsing van de hoofdingang daarheen. Ook de gevel aan westzijde werd gewijzigd, waarbij een aanbouw (mogelijk koetshuis) werd verwijderd. TUIN c.a. De landschappelijke tuin moet zijn ingekort bij gelegenheid van de verkoop van 1902. Wat resteert weerspiegelt echter in ruime mate het karakter van de oorspronkelijke aanleg. Weliswaar zijn sommige stofferende elementen van de buitenplaats verdwenen (onder meer het prieel achter in de aanleg en een brug) en is de vijver ingekort, maar kenmerkende elementen als zichtlijnen, verrassende doorzichten, de weerspiegeling van het huis in de vijver, een brug en een prieel zijn bewaard gebleven. Het is niet bekend of de tuin ook een voor de tijd van ontstaan zo kenmerkend bergje heeft gekend. Hoe dit alles ook zij: ook in ingekorte vorm manifesteert de aanleg zich als een afgerond naar binnen gekeerd geheel met de overtuigende kenmerken van een Roodbaard-aanleg. Opvallend is de grote verscheidenheid aan stinzenplanten die op het terrein voorkomen. De terracotta leeuwen aan de voet van het terras aan tuinzijde lagen oorspronkelijk vóór het huis. Zij zijn vermoedelijk vervaardigd bij de terracottafabriek van E.C. Martin te Zeist.

De bescherming van de historische buitenplaats Voorstraat 87, gebouwd voor de Kollumer notaris D.H. Andreae, omvat het huis met voorterrein en hekwerk, de landschapstuin met brug, het restant van een prieel en twee terracotta leeuwen. Hierbij zij aangetekend dat, hoewel het restant van het prieel in zeer slechte staat verkeert en de brug - met behoud van de golving - grotendeels is vernieuwd, beide elementen door vorm en situering van groot belang zijn voor de landschappelijke aanleg. De aanbouw met carport aan de uiterste oostzijde van het perceel is nieuw en valt buiten de bescherming van rijkswege.

Waardering van het complex

HISTORISCHE BUITENPLAATS van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de tuinhistorische waarde alsook vanwege de ensemblewaarde en de stedenbouwkundige waarde. De buitenplaats:
- heeft cultuurhistorische waarde vanwege de ontstaans- en bewoningsgeschiedenis;
- heeft architectuurhistorische waarde vanwege de voor de bouwtijd karakteristieke stilistische kenmerken van het hoofdgebouw, dat wordt toegeschreven aan F. Stoett sr., alsook vanwege het materiaalgebruik en de detaillering;
- heeft tuinhistorische waarde vanwege de stilistische karakteristieken van de tuinaanleg, die wordt toegeschreven aan L.P. Roodbaard;
- heeft ensemblewaarde vanwege de harmonieuze samenhang tussen de samenstellende onderdelen;
- is van belang als enig overgebleven buitenplaats langs de Voorstraat van Kollum;
- is van stedenbouwkundige waarde vanwege de ruim naar achteren gerooide plaats die zij inneemt binnen de vrijwel gesloten gevelwand van de Voorstraat.


Afbeeldingen


Video