Foto: Peter Nieuwenhuijsen

Lindenoord Niet toegankelijk voor publiek

In het centrum van Wolvega staat Lindenoord, iets achtergeschoven, met een tuin ervoor.

Op de plaats van de tuin stonden tot 1728 twee panden. De bouwheer was Ernst van Haren. Later werd een nieuw gebouw neergezet op de plek van het huidige Lindenoord. Vanaf 1742 was grietman Onno Zwier van Haren eigenaar. Hij vestigde zich hier nadat hij vanwege intriges het Haagse hof moest verlaten. Op Lindenoord wijdde Onno Zwier zich aan het schrijven van toneelstukken. Voor het opvoeren van zijn werk had hij in zijn tuin een groen openluchttheater laten bouwen.

Onno Zwier werd nog een keer zwaar getroffen. In 1776 is Lindenoord door brand verwoest. In 1780 werd het huidige rechthoekige pand van één bouwlaag op een souterrain en onder een hoog schilddak opgetrokken. De voorgevel kreeg vijf raamvakken met een fraai omlijste deur in het midden, waarvoor een trapbordes is geplaatst. De klassieke kroonlijst is bekroond met een fors fronton met slingers, karakteristiek voor de Lodewijk XVI-stijl. Bij het huis hoorde een stal aan de linkerzijde en een bijgebouw aan de rechterzijde. Achter het gebouw lag een fraaie tuin. In 1908 werden de bijgebouwen afgebroken.

In de 19e eeuw was Lindenoord korte tijd bezit van Jan Bieruma Oosting en later van Sebald Godfries Manger Cats. Sinds 1937 is de gemeente Weststellingwerf eigenaar. Zij verhuurt het gebouw als kantoor, momenteel aan een scholenkoepel.

Lindenoord bezit nog een authentieke gevel. In het interieur vindt men fraai stucwerk en een 18-eeuwse keuken.

Onno Zwier van Haren, geboren in 1713, werd in 1734 burgemeester van Sloten en geschiedschrijver van Friesland. In 1742 volgde hij zijn oom Duco als grietman op. Met zijn broer Willem volgde hij Willem IV in 1747 naar Den Haag, toen deze erfstadhouder van de Republiek werd. Onno slaagde erin zijn grote gezin op ruime voet te laten leven. Zijn vrouw, Adeleide van Hulst, baarde tien kinderen. Tien jaar later, echter, was alles anders.

In 1758 had Onno Zwier van Haren zijn oudste dochter, Æmelia, op negentienjarige leeftijd ten huwelijk gegeven aan Johan Alexander van Sandick, Het jaar daarna raakte de derde dochter, Caroline Wilhelmina, verloofd met Willem van Hogendorp. Op zondag 10 februari 1760 had de familie zoals gebruikelijk 's middags gegeten bij de Van Sandicks. Na het vertrek van de oudelui kwamen twee dochters, de aanstaande bruid van Van Hogendorp en de ongeveer zestienjarige Marianne Elisabeth, genoemd Betje, tot de bekentenis dat haar vader had geprobeerd zich aan hen te vergrijpen. Nauwkeurig is gedocumenteerd hoe de schoonzoon Van Sandwick en de aanstaande schoonzoon Van Hogendorp met de beschuldiging van het crimen Tentati IncentusOnno Zwier van Haren uit Den Haag en het openbare leven hebben weggejaagd. Over de precieze beweegredenen van `het complot' (zoals hij het noemde) om hem publiekelijk te beschuldigen van seksueel misbruik van twee dochters, is veel gespeculeerd, evenals over de vraag: was Onno schuldig of onschuldig? Wie hem voor onschuldig houden (Van Vloten) of voor schuldig (Busken Huet)—allen zijn het eens dat hij door zijn dochters en hun mannen laaghartig is behandeld. Met bedrieglijke briefjes hebben zij hem een schuldbekentenis afgeperst. Nog één keer probeerde hij terug te komen in Den Haag. Maar de schuldbekentenis werd openbaar gemaakt en de gevallen staatsman vertrok opnieuw naar Wolvega, om nooit meer verder dan Leeuwarden te komen. E. du Perron noemde zijn historische roman over het familiedrama: Schandaalin Holland (1939).

Zijn vijanden en het noodlot bleven Onno Zwier van Haren achtervolgen: het huis Lindenoord werd door een brand in 1776 grotendeels een ruïne. Naast veel kostbaarheden en de hoofdmoot van zijn bibliotheek verloor hij veel eigen werk dat alleen in manuscript bestond. Maar Onno bestempelde het ongeval liever als een 'perte' dan als een 'ruïne'. Met ongebroken wilskracht schreef de vroegere geschiedschrijver van Friesland nog verschillende omvangrijke werken. Maar zijn proza bleef onopgemerkt, en zijn gedichten en toneelstukken vonden slechts afkeuring. Pas veel later ondervond zijn werk weer belangstelling. Hij overleed in 1779. 

Naar http://www.vansandick.com/familie/links/vanharen.php