Foto: Peter Nieuwenhuijsen

Huis Van Eysinga Niet toegankelijk voor publiek

Van herenhuis naar Fries museum naar toegankelijk en bewoonbaar erfgoed

 

Het huis

Van oorsprong is het Huis Van Eysinga een voorname adellijke woning, schuin tegenover het Landschapshuis, waar de Staten van Friesland vergaderden. Gezien deze situering is het niet vreemd dat het geslacht Van Eysinga juist deze plek koos voor zijn woonhuis. Tijdens de winterperiode, als de Staten vergaderden, ook het 'seizoen' genoemd, verbleef de familie hier.

De oorspronkelijke woning stond naast de huidige hoekwoning aan de Koningstraat. In 1773 erfde Frans van Eysinga het pand, maar hij liet het afbreken om in 1781 een nieuw herenhuis te kunnen bouwen. Het naastgelegen hoekpand kon hij echter pas in 1806 verwerven en laten afbreken. Toen is het bestaande Huis Van Eysinga met een naadloze aanbouw op de hoek tot het huidige volume uitgebouwd met handhaving van de bestaande oude kelders.

Het blokvormige gebouw met zeven raamvakken voor en opzij, toont de stijlkenmerken van de Lodewijk XVI-stijl met schuifvensters en geprofileerde kroonlijst. De vormgeving aan de Turfmarkt is streng, maar aan de Koningstraat is de ingangspartij met snijwerk in het bovenlicht en een dubbele trap en bordes rijk gedecoreerd uitgevoerd.

De familie Van Eysinga bleef tot circa 1860 eigenaar. Aan hen herinneren de nog bestaande stijlkamers met geschilderde behangsels en stucplafonds. De stijlkamers maakten deel uit van de inrichting van het hier in 1881 gevestigde Fries Museum, dat inmiddels is verhuisd. Het Huis Van Eysinga is overgedragen aan de Vereniging Hendrick de Keyser, die er appartementen in heeft gerealiseerd en het interieur in ere herstelt. Tijdens de restauratie werden enkele ontdekkingen gedaan, waardoor het mogelijk wordt een uniek kijkje te geven op hoe het personeel zich door het huis bewoog.

Frans Julius Johan van Eysinga liet het huidige pand bouwen. Hij was lid van Provinciale Staten en werd in 1789 lid van Gedeputeerde Staten, daarnaast was hij grietman van Doniawerstal. Zijn andere huis, voor het warmere halfjaar, stond daar ook: Osingastate in Langweer. (Deze state is in twee fasen afgebroken en op de plaats ervan is in 1939 een gemeentehuis opgetrokken dat een zekere gelijkenis vertoont met de oude state.)

In 1795 werd hij, als orangist, uit zijn functies ontheven. Zelfs heeft hij zich schuilgehouden bij een van zijn pachters, toen het Franse regime hem verdacht van subversieve activiteiten. In 1812 keerde het tij en werd hij weer bestuurder. Uiteindelijk kon hij in 1819 eervol ontslagen worden als grietman van Doniawerstal. In 1815, bij het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden, werd ook de adelstand geofficialiseerd. Van Eysinga had recht op de titel 'baron', maar weigerde zich hiermee boven andere edellieden te verheffen en nam genoegen met de titel 'jonkheer'.

Drie zoons van Frans van Eysinga traden in zijn voetsporen: zij werden grietman en bewoonden een state: de oudste op Osingastate, de tweede op Sminiastate te Wommels en een derde op Jongemastate (Raerd).