Foto: Peter Nieuwenhuijsen

Martenahuis Toegankelijk voor publiek

Stadsstins uit 1506, met vele authentieke monumentale elementen. Opeenvolgend had het pand de functies woonhuis, gemeentehuis, nu is het Museum Martena erin gevestigd.

Het huis

Het monumentale gebouw met een L-vormige plattegrond en een traptoren dateert van omstreeks 1506. De brede gevel, opgemetseld van lagen rode en gele steen en voorzien van kruisvensters, valt op in het straatbeeld. In de westgevel is een steen met het wapen van de hertog van Saksen uit 1498 aangebracht. In de traptoren aan de tuinzijde bevinden zich oude alliantiewapens van de hoofdelingenfamilies Cammingha en Hottinga.

De eerste eigenaar was de rijke hoofdeling Hessel van Martena, aanvoerder van de Schieringers, de aanhangers van de Saksische hertog. Een andere bekende bewoner was Frederik Vervou, hofmeester van de Friese stadhouder Willem Lodewijk. Tot 1695 bewoonden zijn adellijke nazaten het huis. Toen werd Suffridus Westerhuijs, burgemeester van Franeker, eigenaar.

In de 19e eeuw waren verschillende leden van de familie Telting eigenaar. De bekendste telg was dr. Albartus Telting, vanaf 1832 secretaris van Franeker. Hij liet het huis volgens de toenmalige mode moderniseren en van grote empire ramen voorzien. Deze ingreep is tijdens de restauratie van 1969 ongedaan gemaakt. In 1895 verkochten zijn erfgenamen het Martenahuis aan het gemeentebestuur van Franekeradeel. Het gebouw was tot 2005 als gemeentehuis in gebruik.

Na een grondige restauratie werd er het Museum Martena met interessante stijlkamers gevestigd. Het gebouw is rijk aan authentieke bouwonderdelen zoals de stinskelder, de traptoren en de oude kapconstructie.

De tuin

De door tuinarchitect L.P. Roodbaard omstreeks 1824 ontworpen tuin is sinds 1895 openbaar wandelpark en heeft een rijke stinzenflora.


Afbeeldingen