De spelling van 'stinzen'


1. Het woord stinsenplant is een samenstelling van plant en stins. Daarom nu eerst het een en ander over stins, en dan met name over het meervoud.

2. Het Groene Boekje (de officiële Woordenlijst Nederlandse taal) vermeldde tot 2015 als meervoud van stins: stinsen.

3. Door een brief te schrijven aan het Instituut voor de Nederlandse Taal te Leiden bereikte de secretaris van onze stichting dat in 2015 de meervoudsvorm stinzen werd toegevoegd. De vorm stinsen werd niet geschrapt.

4. Het Groene Boekje zou eigenlijk alleen stinzen moeten toestaan vanwege de volgende argumenten.

a. Wie de woorden mensen en grenzen vergelijkt, stelt vast dat bij een normale, zorgvuldige uitspraak het verschil tussen s en z duidelijk te horen is. Zo is ook in stinzen duidelijk een z te horen (aangenomen dat de spreker überhaupt verschil maakt tussen s en z).

b. Hieraan ligt de geschiedenis van deze woorden ten grondslag. Om hierover kort te zijn: mens was vroeger mensch (vgl. Fries minske), meervoud menschen. Daarentegen was het niet grensch, maar grens, niet grenschen, maar grenzen. Wat dit betreft lijkt stins op grens: het was nooit stinsch.

c. Algemeen wordt aangenomen dat stins een 'inelkaargeperste' vorm is van het woord steenhuis. De slot-s van stins is dan dus de s van huis. Ook huis heeft een z in het meervoud: huizen. Ook is het nooit huisch geweest.

5. In het Groene Boekje moeten dus twee zaken veranderen. Als meervoudsvorm moet alleen stinzen worden erkend (per slot van rekening is grensen ook niet toegestaan). En - hier komen we eindelijk terug op 1 - de vorm stinsenplant moet worden vervangen door stinzenplant.

6. Bovendien moet ook het frequente woord stinzenflora worden toegevoegd.

Peter Nieuwenhuijsen, taalkundige