Foto: Peter Nieuwenhuijsen

Klein Botnia Niet toegankelijk voor publiek

Klein Botnia of Botniahuis is al vóór 1500 gebouwd. Dit blijkt uit de nog aanwezige kapconstructie.

De oudst bekende eigenaar was Jarich van Botnia, grietman (burgemeester) van Franekeradeel en olderman van Franeker. Zijn vader Tjalling was al in 1527 bezig met de verbouw van de stins. De zoon van Jarich, weer een Tjalling, vermaakte het huis aan zijn neef en nicht Peter en Luts van Walta. In 1661 verkocht de laatste het “grote leigedekte dwarshuis” aan Idzardus van Gerroltsma, burgemeester van Franeker. Zijn dochter, gehuwd met raadsheer Hobbe Baerdt van Sminia, verkocht in 1693 het huis aan Harmen Roëll, hoogleraar aan de Academie van Franeker. De volgende eigenaar was professor Johannes Lemonon, die stadhouder Johan Willem Friso als student had. Hij zou de prins op Klein Botnia hebben ontvangen. Later bewoonden nog enkele hoogleraren het huis. De ongehuwde dochters van de laatste eigenaar, Sipke Adema, bepaalden dat het gebouw tot weeshuis moest worden bestemd. Hieraan herinnert één van de gedenkstenen uit 1854 boven de ingang. Een tweede steen met afbeeldingen van wezen komt van een vroeger weeshuis aan de Vijverstraat in Franeker.

Het gebouw, met een brede gevel en een hoog dak tussen topgevels, is opgetrokken van lagen van rode en gele kloostermoppen. Het kreeg zijn huidige aanzien bij de restauratie in 1974-1975. Toen zijn de noord- en zuidgevel in de oorspronkelijke staat teruggebracht met “klimmende” gevelnissen. In de voorgevel zijn in het onderkelderde deel de oorspronkelijke kruisvensters met zandstenen kozijnen hersteld.


Afbeeldingen