Wandelen in Beetsterzwaag


Lycklamahûs, parkzijde.

1. Heen en weer door Beetsterzwaag 2. Even doorgemarcheerd naar It Fryske Gea

Langs de staten van Beetsterzwaag

Beetsterzwaag is per bus bereikbaar vanuit Heerenveen en Leeuwarden (via Drachten). De vier staten in Beetsterzwaag liggen in een rechte lijn aan de hoofdstraat van het dorp (Hoofdstraat). Wie het dorp per auto binnenrijdt van de kant van de A7, kan parkeren op een van de tijdelijke parkeerplaatsen aan de Commissieweg (direct rechts). Het imposante Lyndenstein is dan al duidelijk in beeld, want dit is te vinden aan deze kant van het dorp, links van de Hoofdstraat. We beschrijven nu de wandeling langs de vier staten, dat wil zeggen door de Hoofdstraat en terug. Waarschuwing: Beetsterzwaag is geen oase van rust. Door de Hoofdstraat is het autoverkeer bepaald druk te noemen. Langs de straat zijn behalve de staten nog verschillende andere monumentale panden gelegen.

Lyndenstein ligt dus links van de straat, maar de overtuin van Lyndenstein heet zo omdat hij rechts van de straat ligt. De hand van Roodbaard is duidelijk herkenbaar. Het best is de vijver rechtsom te ronden, zodat men teruglopend het beste zicht heeft op de imposante state. In de vogelrijke tuin groeien onder meer pollen bosanemoon.

Terug naar de drukte van de Hoofdstraat en naar rechts. Na enkele tientallen meters: let op het gele pand rechts, waar ooit Tinco Lycklama à Nijeholt een museum inrichtte met goederen die hij had meegebracht vanuit het Midden-Oosten. (Zijn collectie werd later de basis van het museum te Cannes.) Op nummer 80 staat het Lycklamahûs (spreek hoes uit met lange oe), waar onder meer deze Tinco geboren is. Ook hier is het de moeite waard de tuin in te gaan, die anders is aangelegd dan Roodbaard zou hebben gedaan. Ook in deze tuin kwinkeleert menig vogeltje; hier bloeit in het vroege voorjaar de helmbloem. Aan de overkant van de straat is ook hier een overtuin, die uitkomt op een tropische kas (beperkte openingstijden).

Nu lopen we naar de oostelijke rand van het dorp. Waar de Hoofdstraat van naam verandert en Van Harinxmaweg wordt, staat links de Harinxmastate. De toegangshekken (aan beide zijden van de state één) staan wel eens open, maar de state particulier wordt bewoond en de tuin is niet openbaar. Tegenover de state is geen overtuin, maar staat wel een bewoond ooievaarsnest, een van de vele in De Sweach. De bewoners vertonen zich wel eens in de statentuinen.

Verder doorlopend in oostelijke richting bereikt men het hotel Lauswolt, waar tussen de diverse aanbouwen de state goed herkenbaar is. Het is mogelijk naar de achterkant van het gebouw te lopen (de huidige hoofdingang van het hotel) en wie graag nog wat verder wandelt, kan hier het bos ingaan, mits men niet ontspoort en op het golfterrein terechtkomt. Eventueel kan de wandelaar er ook voor kiezen na Lauswolt verder door te lopen en zo in Olterterp terecht te komen, waar het hoofdkantoor van It Fryske Gea gevestigd is.

Na Lauswolt volgen echter geen staten meer, zodat de wandeling alleen in omgekeerde richting kan worden herhaald. Zie echter ook nummer 2 hieronder. Voor wie rechtsomkeert maakt: op de terugweg is het de moeite waard nog even rechtsaf te slaan naar de dorpskerk (1803). Op het kerkhof valt namelijk op dat er vrijwel alleen oude grafstenen staan, waaronder de grote liggende grafstenen van enkele bewoners der staten, behorende tot de familie Van Harinxma thoe Slooten. Terug bij het begin van het dorp kan men vaststellen dat de wandeling, inclusief de tuinen, zo'n vijf kwartier in beslag heeft genomen.

Beetsterzwaag wordt omgeven door bossen. Het is natuurlijk goed mogelijk ook hier te wandelen. Maar u kunt ook kiezen voor 2. Dit betekent: na Lauswolt doorlopen naar Olterterp.

2. Wandeling bij It Fryske Gea

Wie vanaf Lauswolt nog een kilometer doorloopt, komt in Olterterp. Hier is It ('t) Fryske Gea (Friese Landschap) gevestigd, in een monumentale villa aan de linkerkant van de weg, een eindje van de weg af. (Van Harinxmaweg 17). Een wandeling van 3,5 kilometer begint op de parkeerplaats, gaat langs het huis en voert dan van de weg af. De route is wit-zwart gemarkeerd, soms op een boom, soms op een paaltje. Het terrein kan drassig zijn. Al naar gelang het seizoen is het gebied rijk aan paddestoelen, aan mossen, en speciaal aan dalkruid (mei, juni). Er staan monumentale beuken (uit de tijd dat de familie Van Boelens het oude landgoed bewoonde, van 1793 tot 1906) en er leven reeën, eekhoorns, boommarters, spechten, vinken, duiven en de boomklever. Ook ringslang en hazelworm houden hier domicilie.

Aan de overkant van de weg is het ook heel goed mogelijk te wandelen, voor wie behoefte heeft aan meer kilometers.